Klokkijken
- 16 maart 2026

Hij was er weer; Jordi. Een wat verlegen jongetje, stil onopvallend; zo’n jongen waarvan een juf aan het einde van de dag denkt: “was Jordi er wel? Ik heb hem eigenlijk niet gezien.” Jordi had rekenproblemen. Het getalbegrip was er nog niet. Na een paar sessies begreep hij hoe het werkte. Maar er was nog iets dat niet lukte; klokkijken. De digitale klok wist hij soms wel maar die ronde analoge klok was toch wel erg ingewikkeld.
Steeds vaker kom ik tegen dat kinderen hier moeite mee hebben. De analoge klok; ze zien er het nut er niet altijd van in. Maar toch; als je gaat reizen met de trein dan staan de vertrektijden aangegeven in de digitale tijd. Maar hoe laat het is dat kun je zien op de analoge stationsklok. Wat mij dan verbaast is dat mensen geen analoge klok meer in huis hebben. Nu weet ik, vroeger hing er in elk huis een klok; koekoeksklok, of een klok die altijd slaat op een moment dat jij het nieuws wilt horen. Nou, die tijd hebben we gehad. In ons huis hangen een paar antieke klokken die meestal stilstaan, omdat we ze vergeten op te winden. Maar in mijn praktijkruimte hangt een analoge klok die werkt op batterijen, zodat ik in één oogopslag kan zien hoeveel tijd we nog hebben.
Met Jordy heb ik een klok gebouwd. In de hoek van mijn praktijkruimte staat een fietsband. Kinderen vragen wel eens verbaasd waarom. Dat is dus mijn klok. We leggen de cijfers neer en praten over de grote en kleine wijzer. Daarna hele, halve uren en de kwartieren. Over en voor zijn begrippen die nog wel goed gaan bij de meeste leerlingen. Maar voor half en over half…. En dan de koppeling met de digitale tijd. Voor veel leerlingen is het lastig. Maar als ze het begrepen hebben gaan ze met een voldaan gevoel naar huis, om daar verder te oefenen.
Ik raad ouders altijd aan om een analoge klok aan te schaffen. Voor een paar euro heb je er al een. Ik raad altijd aan om tijd belangrijk te maken. “Over een kwartier moeten we naar school. Zorg jij ervoor dat je je schoenen en jas dan aan hebt getrokken?”
De volgende keer kwam Jordi weer. “En, hoe ging het met de klok,” vroeg ik. “Goed hoor, we hebben er steeds een spelletje van gemaakt. En het mooiste is: hij komt niet meer te laat op school.”
<< Bieb >>